Sobir


Mijn in Amerika verblijvende Oezbeekse vriend Sober (spreek uit: sober) heeft een bliksembezoek gebracht. Vorige week vrijdag arriveerde hij, en gisteren, woensdag, is hij weer vertrokken. Het visum werd drie uur voor vertrek bij hem afgeleverd, Houston-Jacksonville per nachtelijke koerier, alles inbegrepen bij de prijs van vijftig dollar, maar daar krijg je dan ook wat voor: een veelkleurig, prachtig visum, met een soort hologram erop, en het recht om een tijdje in Europa te zijn. Sobir was daar nog nooit geweest, als we Moskou niet meetellen.

Het weerzien op Schiphol was bijzonder.

Het huwelijksfeestje van mijn oom Dick en tante Tine, nog diezelfde dag, wilde ik afzeggen, maar Dick drong op een prettige manier aan. Leiden-Enschede, en, na enig zoeken, inderdaad de feestzaal. Ik heb nog nooit zo vaak in zeer korte tijd "Oezbekistan" gezegd. Toen ik bij tante Sjaan was zei ik voor de verandering: "mijn nieuwe vriend", net tegen de verkeerde.

Via Fons in Westervoort, langs de rivier, bootje bij Elst, Amerongen, Utrecht, Kaageiland en Leiden kwamen we op het Mercatorplein uit, waar Rob woont. Amsterdam! Rob's tempo deed Sobir naar adem snakken. De andere dag waren we bijtijds op het museumplein, waar een als zodanig geklede Mongool zich opmaakte om met een tweesnarig Aziatisch instrument een optreden te verzorgen. Rob zag bepaalde overeenkomsten met Sobir, en zei vervolgens tegen de muzikant dat deze ver van huis was.

Het zijn ook enorme verschillen. Sobir behoort tot de generatie die als tweede-rangsburger is opgegroeid in de Sovjet-Unie, en die zich nu ineens terug vindt in de Derde Wereld. De daarbij behorende vrijheid maakt het er niet makkelijker op. Over de opgroeiende Russische jeugd na de perestroika is veel gezegd en geschreven, "elke meisjeskamer een matras", maar dit is nog ingewikkelder.

"Jullie zijn te rijk, hier". In Leiden wordt een lelijk flatgebouw tegenover het station verdieping voor verdieping gesloopt. Tja, het oog wil ook wat, zeker als je er geld voor hebt.

Sobir zou plof gaan maken. Dat was zondag, na Amsterdam. Plof is het nationale Oezbeekse gerecht, simpel en lekker, zoals pizza. De bereiding van plof is een traditioneel, cultureel bepaald proces. Ik kookte een andere keer, ook erg lekker. Sobir vroeg of dat een Hollandse specialiteit was. Het is een van mijn specialiteiten, zei ik. Misschien is dat wel het grootste verschil tussen Sobir en mij. De Oezbeken in Amerika hebben hun eigen site, gebouwd door een Oezbeek, vol Oezbeekse cultuur. Ik zou niet zo gauw op het idee komen, zei ik. Jullie zouden allemaal je eigen site maken, zei Sobir.

We gingen naar Vlieland, met Mieke. Kon ik eindelijk zelf de toerist uithangen. Sobir wilde wel eens een echte boottocht maken. De tocht met de snelle boot terug had niet veel langer moeten duren.

We gingen naar Scheveningen, en naar Den Haag. Op het Malieveld was een betoging gaande, als ware die er door de VVV neergezet. Indiërs, dacht Sobir. Iedereen speelde keurig zijn rol, betogers, politie. Vroeger, onder communistisch regime, werden er TV-beelden van op betogers inhakkende westerse agenten getoond, zei Sobir. De mensen daar snakken naar vrijheid, en zie: zo worden ze aangepakt, werd erbij verteld. En het werd geloofd.

Rotterdam was het laatste uitstapje. Tjeerd liet ons de haven zien.

Op de terugweg naar Leiden hadden we het over een mislukt ontwikkelingsproject in Oezbekistan. Sobir begon er over. Beiden kenden we die mensen van het project, we waren hen tegengekomen in Chimgan, tijdens een korte vakantie in de bergen bij Tasjkent. "Ze betalen de vertaalster veertien dollar per maand, en gaan een avondje eten voor tien keer zo veel. Ze wilden zelfs een helicopter huren voor een tripje in de bergen". Ik was het eigenlijk al weer vergeten. Ze deden niets dat niet mocht, en toch deugde het niet.

Sobir vindt rauwe haring lekker, en drop ook. Toen ik hem wegbracht naar Schiphol stopten we bij een benzinestation om drop in te slaan.

© Jan de Zeeuw, 9-3-2000

[meer autobio] [vorige] [volgende