Hans van Dam


De laatste tijd houdt Hans van Dam me nogal bezig. Hans van Dam werd eind 1998 vrijgelaten uit een Indiase cel. Hij had ruim zeven jaar in India vastgezeten voor drugsbezit, een flinke hoeveelheid hasj. Er waren toen TV-beelden van zijn terugkomst op Schiphol. Hij had een open beenwond en hij had HIV onder de leden, een daar opgelopen besmetting tijdens de behandeling van de beet van een gifslang, werd er bij verteld.

Die van Dam leek me een beetje een sukkel, en ook een uitgesproken pechvogel. HIV, als je net die Indiase smerigheid hebt overleefd! Hij was een veertiger, zo te zien. Ik vergeleek de ongemakken van zijn gevangenschap met de wandeling naar het toilet in mijn flat in Tasjkent, helemaal aan het einde van de gang. Je moest, het kon niet anders, maar wat je te wachten stond was een volgescheten toiletpot, met een kop erop, altijd weer. Een periodiek afgrijzen in de zes weken dat ik daar woonde. Zeven jaar zo te kakken, dat had ik niet volgehouden, hoe leuk ik dat lesgeven daar ook vond.

Fons, mijn broer, zei later: "in Kathmandu zat ook een Nederlander gevangen. Die dronk water en werd ziek, en werd niet meer beter ook".

Anil Ramdas, zo'n slimme allochtoon met roots, column in NRC, makkelijk lullen dus, schreef destijds dat wij autochtonen racisten waren omdat we het van Van Dam erg vonden en van die Indiërs die daar ook zaten niet.

Een maand geleden zat ik, in de auto, naar de radio te luisteren. Hans van Dam had 1,3 miljoen schadevergoeding geëist van de Nederlandse overheid, hoorde ik. De ambassade en de consulaten hadden te weinig voor hem gedaan. Ik kocht dat boek over hem en las een slecht geschreven verslag van de belevenissen van Van Dam in India, geschreven door de zus van dominee Spoor, zo'n dominee die Nederlandse gevangenen in erge landen bezoekt omdat thuis niemand naar z'n gepreek komt luisteren. Het boek heet "Zeven jaar hel". Op de achterkant verwachtte ik een foto van de betrokkene, maar nee, domineezus zelf, met veel lippenstift. "Ik beschuldig", heet het derde en laatste hoofdstukje. Misschien heeft ze iets van Emile Zola in vertaling bij haar broer in de kast zien staan.

Van Dam heeft een prachtige prestatie geleverd door daar te overleven. Jammer dat hij daar nu geld voor wil hebben, maar wel te begrijpen, dacht ik. Het nieuws werd zoals gewoonlijk uitgemolken, niet lang daarna zag ik op TV een verslaggever in een Nieuwegeins of Zoetermeers winkelcentrum, hij vroeg winkelende dames, verwend maar toch ontevreden, naar hun mening. Over dat miljoen, opgeëist door die drugssmokkelaar. Elke compassie ontbrak. Het was gruwelijk.

Misschien kunnen we ook wel zonder ambassades, zo langzamerhand.

Maar toch, dat boek ligt naast m'n bed en ik lees het. Echt alles wat ermee te maken heeft is ellendig - behalve het feit dat het mij niet is overkomen.

© Jan de Zeeuw, 13-1-2000

[meer autobio] [vorige] [volgende