Oezbekistan
Drie jaar geleden, precies, logeerde Maria hier, een Russische Oezbeekse. Dat was een heel verhaal, die was echt met kerstmis aangespoeld. Ditmaal was Nilufar hetzelfde van plan geweest, maar ze had geen visum gekregen. Dan maar een andere keer. Voor post naar Oezbekistan ben je nog op koeriers aangewezen, maar de onbekenden die volgende week naar Tasjkent vertrekken hebben niet zoveel zin om iets voor me mee te nemen. Raadselachtig rondzwervende christenen die niet ronduit "nee" durven te zeggen. De eerste de beste Russin neemt zo'n envelop zonder te zeuren mee. Voor mijn vriend Peter was het bezorgen van een pakketje bij onbekenden in Moskou destijds een spannend avontuurtje.
Ik had Bob aan de telefoon, mijn vroegere baas in Tasjkent. "Het gaat niet goed in Oezbekistan, ze schijnen er zelfs kerken aan te vallen". Je blijft je verbazen. Ik was inmiddels in de stemming om dat juist goed nieuws te vinden.
Voor Nilufar is de druk inmiddels een beetje van de ketel. Althans, die indruk krijg ik. Ze heeft weer een baan, en ze verhuist volgende maand naar een plek waar ze voor langere tijd kan zijn. Een tijdje terug wilde ze ontsnappen, nu wil ze gewoon een maand op vakantie komen. "In juni, als dat kan". Dat moet lukken, zou je zeggen.
Ik belde haar op om te vertellen dat ik die zendelingen geen documenten mee zou geven. Hoeft ze ook niet midden in de nacht op het vliegveld te gaan staan om die lui op te wachten.
© Jan de Zeeuw, 24-12-1999