Tasjkent-Bangkok
De winkeltjes in de metro bij Hotel Tashkent zijn er ook niet meer. Weggehaald op last van hogerhand, vertelde Sobir, na de bomaanslag van vorig jaar wil men geen enkel risico meer nemen. Het theater tegenover dat hotel, waar ik vijf jaar geleden mijn eerste twee hallucinerende nachten doorbracht in de stad, is gebouwd door Japanse krijgsgevangenen, ook dat vertelde Sobir. Het is goed gebouwd, want het heeft de aardbeving van 1966 doorstaan. Later op deze reis zou ik met plezier terugdenken aan deze dwangarbeid door Japanners.
Vijf dagen hebben we door Tasjkent gelopen, dat museum bezocht, op paarden en in botsautootjes gezeten. Er waren flink wat "terrasjes" bijgekomen. Je vraagt je af of het ooit goed zal gaan tussen Russen en Oezbeken. Een glas sinas met een klein vliegje erin werd resoluut teruggestuurd door Nilufar, opnieuw een flinke wandeling voor de Russische ober. Er zit veel onderhuids venijn. Het zou goed zijn als de oude kolonisator zijn rol zou erkennen. Schaf de politiestaat af, voer anarchie in onder de naam democratie, doe er een paar volksmenners bij, en Oezbekistan is opeens geen land meer waar je naar toe zou willen. Nu zit je als toerist hooguit een uur per week op een politiebureau, wat de pret niet mag drukken.
Op donderdagavond brachten Sobir en Nilufar me weg naar het vliegveld. Voor het eerst naar de tropen! Ik zag Tasjkent bij heldere avond vanuit de lucht. Niet veel later arriveerde ik in het land van de glimlachende mensen, al duurde het even voordat ik dat inzag. Ik had wel geslapen, maar niet zo lang. Bangkok bij ochtend, ik was blij een camer met airko te vinden om half zeven. Eerst ging ik nog op verkenning uit, toen stortte ik volledig in. Slapen, slapen.
Wat een stad. Geen gezeur met dierenambulances en homohuwelijken, gewoon lekker wolkenkrabbers bouwen. En heel veel moois & lekkers daar tussendoor, al kost dat wel een heleboel zweet. Na nog een dag tempels en tuk-tuks vond ik het tijd om weg te gaan. Een tuk-tuk noemen ze in Nepal een tempo, het is een gemotoriseerde driewieler. Denk niet dat de eigenaren slechtere chauffeurs dan de bestuurders van de meter-taxi's. Toen ik naar het station wilde, dinsdag heel vroeg, van waar de trein richting Birma zou vertrekken, zag ik gelukkig bijtijds dat ik op het verkeerde station dreigde te worden afgezet door zo'n meter-taxi. Wat zijn stations trouwens prachtige publieke plaatsen! En wat is het heerlijk om nog maar net de trein te halen die je in gedachten had. Alsof je een doel hebt.
De Birma-spoorlijn, dat was een soort doel. Ik dacht nog: 'niet die brug missen', bang als ik was om in een sluimer ongemerkt die historische plek de rivier over te steken, maar ik was klaar wakker toen de trein er overheen reed. Het eindpunt, in Thailand nog steeds, was niet een plek om lang te willen blijven. Ik verdwaalde en werd door een jongen op een brommer bij een bushalte gebracht. Ik stapte op goed geluk in, en de bus bracht me toevallig naar de stad waar ik zijn wilde - althans, zo kwam het me voor. In Kanchanaburi kon ik die brug nog eens rustig van dichtbij bekijken, en ook dat kerkhof, en een museum. Ik huurde er een fiets voor. Mijn kamer lag op een vlot in de rivier, waarin soms heftige bewegingen van kleine dieren konden worden waargenomen. Het was niet duidelijk of die elkaar aan het vermoorden waren, of dat ze de liefde bedreven.
In de trein had ik de kampervaringen van A. Alberts gelezen, "Een kolonie is ook maar een mens". Alberts was alleen maar geïnterneerd geweest, die had gewoon drieënhalf jaar tegen de honger gevochten, en tegen nog wat vervelende ziektes. Maar die krijgsgevangenen, dat was andere koek. Je zou bijna een hekel aan Japanners krijgen. Dat overkwam me inderdaad, toen ik zag hoe ze zich ook nog eens pontificaal lieten fotograferen met brug en trein op de achtergrond, door hun vrouw, die wandelaars ongeduldig wegwenkte als die zich tussen de camera en de te fotograferen echtgenoot bevonden. M'n vader heeft geluk gehad dat hij niet een paar jaar eerder is geboren. Dat waren de meeste Hollanders op de begraafplaats daar. In plaats daarvan heeft hij verplicht aan die politionele acties meegedaan.
In Bangkok kocht ik cadeautjes, at ik op straat en trof ik mijn achtergelaten bagage in goede orde aan, in dat hotelletje. Bangkok verlaten is altijd goed, zeker als je naar Tasjkent gaat. Het vliegtuig was bijna leeg, het was een vreemde reis. Ik was te vroeg in Tasjkent, er stond nog niemand op me te wachten. Na ruim een half uur zag ik Sobir aankomen. Nilufar had heerlijk gekookt, pilmenja, maar het was wel weer erg veel. We roeiden over een plas, met een strandje, en we liepen over Broadway, zoals dat daar heet, met wonderbaarlijke optredens van straatartiesten. 's Nachts werd Nilufar erg ziek, en na uren nam Sobir, die ik ongerust uit zijn bed had gebeld, de zorg van me over.
(c) Jan de Zeeuw, 2000
[meer foto's] [flat in Tasjkent] ["blasé"] [Tashkent-Bangkok (Engels)] [volgend bezoek] [meer reisverhalen]