David Irving en Clairie Polak
De omstreden historicus Irving heeft een mooie joodse voornaam, bedenk ik me nu ik het zo zie staan. Deze Britse proleet is van tijd tot tijd in het nieuws, vanwege de holocaust. Hij heeft dan meestal verteld dat het er lang geen zes miljoen zijn geweest. In de westerse wereld is het sinds een tijdje officieel verboden om de moord op zes miljoen joden in de periode 1939-1945 in twijfel te trekken. Dat soort malle onzin krijg je als je je plaatsvervangend schuldig voelt.
Kortgeleden was het weer eens zover, hoorde ik in de auto. Clairie Polak, mooie joodse achternaam trouwens, "deed" het stukje. Je kent haar wel, mevrouw "ah ja", het kan haar niet neerbuigend genoeg zijn.
Irving had zijn Britse collega Deborah Lipstadt wegens smaad voor de rechter gedaagd, maar mevrouw Polak begreep het aanvankelijk niet helemaal. Zij dacht dat het omgekeerd was, historica sleept sjoah-ontkenner voor het gerecht! "En terecht". Ja, inderdaad, juristen moeten gaan uitmaken wat geschiedvervalsing is.
De journaliste wil ons vertellen hoeveel mensen ooit ergens zijn vermoord. Verbieden!, dat wil ze eigenlijk. Ze interviewt David Barnouw van het NIOD: "Irvings boeken zijn niet verboden, he?" "Nee, Irving is degene die boeken wil verbieden". "Blijft u wel zijn boeken uitlenen? Wat me overigens verbaast, hoor". "Nou, uitlenen doen we niet, maar inderdaad, al onze boeken zijn voor iedereen toegankelijk".
Als je weinig weet, rest niets meer dan een mening.
© Jan de Zeeuw, 15-4-2000
[andere columns] [vorige] [volgende]